Paus Paulus VI - Wikipedia
Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Paulus VI
Giovanni Battista Montini
26 september 1897 – 6 augustus 1978
Paus Paulus VI in 1969
Paus
Periode
1963–1978
Voorganger
Johannes XXIII
Opvolger
Johannes Paulus I
Verkiezing
Conclaaf van 1963
Zaligverklaring
19 oktober 2014
te
Vaticaanstad
door
paus Franciscus
Heiligverklaring
14 oktober 2018
te Vaticaanstad
door paus Franciscus
Wapen
Handtekening
Lijst van pausen
Portaal
Christendom
Paulus VI
, geboren als
Giovanni Battista Enrico Antonio Maria Montini
Concesio
bij
Brescia
26 september
1897
Castel Gandolfo
6 augustus
1978
), was
paus
van de
Rooms-Katholieke Kerk
van 1963 tot zijn dood 15 jaar later. Hij zette het
Tweede Vaticaans Concilie
voort, dat door zijn voorganger,
Johannes XXIII
, begonnen was. Hij was de eerste paus die per vliegtuig rond de wereld reisde. Later zou
Johannes Paulus II
(paus van 1978 tot 2005) deze vorm van
missie
vertienvoudigen. Op 14 oktober 2018 werd Paulus VI
heilig verklaard
Vroege
carrière
bewerken
brontekst bewerken
Giovanni Battista Montini werd geboren als zoon van Giorgio Montini en Giudetta Alghisi. Zijn vader was
jurist
journalist
, directeur van de
Katholieke Actie
en lid van het Italiaanse parlement. Hij had twee broers: Francesco, die later arts zou worden en Lodovico, die later de politiek in zou gaan. Wegens gezondheidsproblemen moest hij zijn priesteropleiding thuis volgen. Hij volgde deze opleiding in
Brescia
. Op
29 mei
1920
werd hij tot priester gewijd. Hij vierde zijn eerste Heilige Mis in de parochiekerk van de
Madonna delle Grazie
, vlak bij zijn ouderlijk huis. Hij behaalde in hetzelfde jaar een doctoraat in het
canoniek recht
aan de Universiteit van Milaan en zette zijn studies voort in
Rome
aan de
Pauselijke Gregoriaanse Universiteit
en aan de
Pauselijke Ecclesiastische Academie
, de diplomatenopleiding van de
Heilige Stoel
. In
1921
promoveerde hij aan het
Gregorianum
in de theologie. Vanaf 1922 was hij verbonden aan het
Vaticaanse
staatssecretariaat
. In
1923
werd hij toegevoegd aan de
nuntiatuur
in
Warschau
, maar hij keerde al spoedig terug naar Rome. Van 1925 tot 1933 was hij moderator van de Katholieke Studentenbond van Italië. In deze tijd raakte hij bevriend met
Aldo Moro
, de latere minister-president van Italië. Sinds 1931 gaf hij overigens - als hoogleraar - colleges kerkgeschiedenis aan de Ecclesiastische Academie. In
1937
werd Montini de rechterhand van staatssecretaris Eugenio Pacelli, de latere
paus Pius XII
Aartsbisschop van Milaan
bewerken
brontekst bewerken
In
1954
benoemde Pius XII Montini tot
aartsbisschop
van Milaan op de zetel die was vrijgekomen na het overlijden van
Alfredo Ildefonso kardinaal Schuster
. Pius noemde Montini zijn
persoonlijk geschenk aan Milaan
Hij ontving zijn bisschopswijding uit handen van
Eugène kardinaal Tisserant
in de Sint-Pieter. Paus Pius was door ziekte verhinderd zelf te
consecreren
, maar hij preekte wel via de radio. In Milaan ontpopte Montini zich als een bisschop die zich het lot van de
arbeiders
aantrok. Ook zette hij zich in voor liturgische vernieuwing.
Kardinaal
bewerken
brontekst bewerken
Nadat het
conclaaf
van
1958
Angelo Giuseppe Roncalli tot
paus Johannes XXIII
gekozen had, creëerde deze Giovanni Battista Montini op
15 december
1958
kardinaal-priester
. De
Santi Silvestro e Martino ai Monti
werd zijn
titelkerk
. Daarna ging het snel: bij het net afgekondigde Vaticaans Concilie werd Montini lid van het centraal comité en voorzitter van de conciliecommissie die zich met politieke vraagstukken bezighield. Hij schreef in die tijd enkele open brieven over het
concilie
, die in de krant
L'Italia
werden gepubliceerd. Johannes XXIII zou maar één zitting van het concilie overleven.
Paus Paulus VI en
president Nixon
op 28 september 1970
Paus
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Conclaaf van 1963
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Nadat Johannes XXIII gestorven was, koos het inmiddels flink uitgebreide aantal kardinalen Montini na een conclaaf van nog geen twee dagen op
21 juni
1963
tot zijn opvolger. Als een van zijn voornaamste taken zag hij de voltooiing van het concilie. De nieuwe paus kreeg te maken met opposanten die de progressieve koers van het concilie wilden ombuigen en zij die de conciliebesluiten juist niet ver genoeg vonden gaan. Reeds tijdens het concilie bleek het streven van Paulus VI erop gericht te zijn desnoods tot het uiterste te gaan om standpunten te verzoenen. Bij de realisering van die conciliebesluiten stuitte hij echter op grote moeilijkheden.
Paulus en het concilie
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Tweede Vaticaans Concilie
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Meteen na zijn verkiezing kondigde Paulus aan het concilie te zullen voortzetten.
De voorbereidingen voor de Tweede Zittingsperiode gingen dan ook door. Tijdens de opening van de Tweede Periode, benadrukte Paulus het pastorale karakter van het concilie. Hij formuleerde ook de doelstellingen ervan:
Het vergroten van de zelfkennis van de Kerk;
Het vernieuwen van de Kerk
Het herstel van de eenheid van alle christenen;
De dialoog van de Kerk met de moderne wereld.
Paulus VI voorzitter van het Tweede Vaticaans Concilie
Paulus drong er bij de concilievaders op aan niet te zoeken naar nieuwe dogma's, maar veel meer de bestaande leer van de Kerk te leren kennen en begrijpelijk te maken voor de gelovigen. Opmerkelijk was dat de paus vergiffenis vroeg aan de andere christelijke kerken voor het aandeel van de katholieke Kerk in het schisma. De paus zei:
Indien wij enige schuld hebben aan deze scheiding, dan vragen wij God nederig om vergiffenis, en ook onze broeders zelf vragen wij om vergiffenis, indien zij zich door ons beledigd voelen. Wij van onze kant zijn van harte bereid, het onrecht te vergeven, dat de katholieke Kerk is aangedaan, en het leed te vergeten, dat zij verduurd heeft, ten gevolge van de langdurige onenigheid en scheiding.
Paulus zat daarna nog twee sessies van het concilie voor. Hij schipperde steeds tussen de traditie van de kerk enerzijds en de wil tot vernieuwing en verandering anderzijds. Onder de grotere veranderingen die plaatsgrepen hoort de oprichting van de
Bisschoppensynode
, een overlegorgaan van de bisschoppen onderling, en van de bisschoppen gezamenlijk, met de paus. Met de oprichting hiervan trachtte Paulus enerzijds tegemoet te komen aan de wens van de concilievaders om te komen tot een soort van medebestuur van de bisschoppen, terwijl hij anderzijds aan de hoogste positie van de paus niet wenste te tornen. Het sleutelbegrip bij deze kwestie werd
collegialiteit
, waarmee eerder een intentie tot samenwerking, dan tot delen van macht werd uitgedrukt. Weliswaar werd aan de synode het hoogste gezag toegekend, maar alleen wanneer de paus de besluiten van die synode zou erkennen.
Een andere belangrijke uitkomst van
Vaticanum II
was de invoering van de
Novus Ordo Missae
, die tussen 1969 en 1970 gestalte kreeg en die de
Tridentijnse ritus
verving. Voornamelijk betekende dit ruim baan voor de
Heilige Mis
in de volkstaal, waarbij de
priester
niet langer
ad orientem
(=
naar het Oosten
), maar met zijn gezicht naar het volk de mis diende.
Encyclieken
bewerken
brontekst bewerken
Paulus VI schreef zeven
encyclieken
. De eerste drie,
Ecclesiam Suam
(6 augustus 1964)
en
Mysterium Fidei
(3 september 1965)
, stonden in het teken van de concilieproblematiek.
De
Mariaverering
was het onderwerp van twee van zijn encyclieken:
Mense Maio
29 april
1965
, over de
meimaand
en het bidden van de
rozenkrans
) en
Christi Matri Rosarii
15 september
1966
, over speciale gebeden ter ere van de
Moeder Gods
tijdens de
maand oktober
).
In de encycliek
Populorum Progressio
(26 maart 1967)
vroeg hij aandacht voor de kloof tussen arme en rijke landen, betreurde deze en herinnerde de lezers eraan dat de goederen van deze wereld voor iedereen bedoeld zijn. In twee kwesties, het
priestercelibaat
en de
geboorteregeling
, handhaafde hij het standpunt van al zijn voorgangers in de encyclieken
Sacerdotalis Caelibatus
(24 juni 1967)
, respectievelijk
Humanae Vitae
(25 juli 1968).
Beide encyclieken brachten binnen en buiten de Kerk discussies op gang en veroorzaakten, vooral in Noord-Amerika en Europa, een golf van teleurstelling en protest maar ook waardering.
In het laatste jaar van zijn leven werd Paulus VI zwaar geschokt door de moord (9 mei 1978) op zijn vriend
Aldo Moro
, leider van de Italiaanse christendemocraten. Zijn voorgaan in de uitvaart van Moro was zijn laatste openbare optreden: hij bezweek twee maanden later aan een
hartaanval
op het pauselijk buitenverblijf van Castel Gandolfo.
Op leerstellig gebied demonstreerde Paulus VI een grote bezorgdheid voor het pauselijk gezag. Daarbuiten toonde hij een open en vooruitstrevende houding op sociaal gebied en in kwesties betreffende de wereldvrede.
Vernieuwingen in het College van Kardinalen
bewerken
brontekst bewerken
Wellicht het meest verstrekkend zijn Paulus' beleidswijzigingen geweest met betrekking tot aard en omvang van het
College van Kardinalen
. Het meest in het oog springt de - bij
motu proprio
Ingravescentem Ætatem
) afgekondigde maatregel dat kardinalen van tachtig jaar en ouder geen deel meer mochten nemen in het conclaaf. Hiermee werd feitelijk een hele generatie kardinalen in één pennenstreek van zijn macht ontdaan. Eveneens essentieel is hetgeen Paulus regelde in het document
Ecclesiae Sanctae
, dat bepaalde dat bisschoppen en hoge Curiefunctionarissen geacht werden op hun vijfenzeventigste verjaardag
vrijwillig
hun ontslag aan te bieden. Beide maatregelen gaven Paulus de gelegenheid een enorme vernieuwingsslag te maken binnen het College. Hoge Curiefunctionarissen die met leeftijdsontslag gingen, werden vervangen door anderen die meestal gelijk tot kardinaal werden gecreëerd. Ook stelde Paulus een nieuw maximum aan het aantal kiesgerechtigde kardinalen. Dat was sinds
paus Sixtus V
(met de
pauselijke bul
Postquam verus
uit
1586
) vastgesteld op 70, maar al door paus Johannes XXIII ruimschoots overschreden. De nieuwe regel van Paulus betekende een enorme uitbreiding. Tal van landen die nog nooit een kardinaal hadden gehad, werden nu met rode hoeden bedeeld. Het procentueel aandeel van de Italiaanse kardinalen daalde navenant in het College. Zuid-Amerika en Afrika kregen procentueel een veel groter aandeel. In het licht van de wijzigingen die Paulus doorvoerde, behoeft het niet te verbazen dat in
1978
voor het eerst sinds eeuwen een niet-Italiaan werd gekozen tot paus. Dat zette zich bij de volgende pausen in
2005
2013
en
2025
verder.
Reizen
bewerken
brontekst bewerken
Landen die Paulus VI bezocht heeft tijdens zijn
pontificaat
Veel publiciteit kregen de reizen van Paulus VI: onder meer naar
Israël
(1964), de
Verenigde Naties
New York
, 1965), de
Wereldraad van Kerken
Genève
, 1969) en naar het
Verre Oosten
en
Oceanië
(1970). Tijdens die laatste reis ontsnapte hij in
Manilla
, op de
Filipijnen
, aan een moordaanslag. Deze aanslag werd beraamd door
Benjamín Mendoza
. Die ging verkleed als priester naar de paus toe, maar hij zag uiteindelijk van de aanslag af.
Voor de
oecumenische
beweging verwierf hij grote verdiensten door zijn toenadering tot de
orthodoxe
patriarch
Athenagoras I
(1964 en 1967) en tot de
anglicaanse
aartsbisschop
Ramsey
(1966). Hij verleende de status van
kerklerares
aan
Theresia van Ávila
en
Catharina van Siena
, de eerste twee vrouwen ooit die deze erkenning kregen. Hij stelde het functionele ontslag voor priesters en
bisschoppen
vast op 75 jaar, en bepaalde dat kardinalen ouder dan 80 niet meer mochten participeren in het werk van de Romeinse
Curie
, noch in de pausverkiezingen (
conclaven
). Voor de
Nederlandse kerkprovincie
waren de bisschopsbenoemingen van
Adrianus Johannes Simonis
voor
Rotterdam
in 1970 en
Joannes Matthijs Gijsen
voor
bisdom Roermond
in 1972 van belang. Zijn voorzichtige toenadering tot
communistische
regeringen, zijn aanhankelijkheid aan de Verenigde Naties, zijn oecumenisch streven en de invoering van een nieuwe liturgie door het nieuwe Romeins missaal (Novus Ordo Missae, 1969-1970) waren verder opmerkelijk.
Het publiekelijk afleggen van de pauselijke
tiara
door Paulus VI werd door vele katholieken als een grote schok ervaren. Dit gebaar was aanvankelijk omstreden, maar geen van de opvolgers van Paulus VI zou zich nog laten kronen en de discussie erover verstomde. In 2005 verving
paus Benedictus XVI
de tiara, die tot dan toe het pauselijk wapenschild had gesierd, door de bisschopsmijter.
De verscherpte
polarisatie
binnen de
Rooms-Katholieke Kerk
is lastig geweest voor deze paus.
Oorlogsbuit
bewerken
brontekst bewerken
Vele auteurs
10
hebben geschreven over de hulp die (instellingen van) het Vaticaan na de oorlog hebben gegeven aan Duitse
nazi
's en Italiaanse
fascisten
, zodat ze voor de vervolging konden vluchten naar onder meer Zuid-Amerikaanse landen. Ook Giovanni Montini, toentertijd ondersecretaris, wordt met deze hulp in verband gebracht.
In 1999 daagden de overlevenden en familieleden van slachtoffers van de
Kroatische
Ustasa
-terreur (
joden
Serven
en
Roma
) onder meer de
Vaticaanse Bank
voor het gerecht met het oog op teruggave van oorlogsbuit.
11
Na de oorlog zouden zo'n tien vrachtwagenladingen met kunst, goud, zilver en juwelen zijn afgeleverd bij
Krunoslav Draganovic
, de Kroatische ambassadeur voor het Vaticaan. Dit vermogen werd later door Ustasa-kopstukken gebruikt om te vluchten, onder wie
Ante Pavelić
Draganovic rapporteerde indertijd direct aan Montini. Uit een getuigenverklaring van
William Gowen
zou blijken dat deze oorlogsbuit werd witgewassen met instemming van Montini. Gowen was in die jaren 'special agent' in het Amerikaanse leger die met zijn dienst belast was met de opsporing van oorlogsmisdadigers ('Operation Circle'). Volgens hem zou Montini op een gegeven moment hebben gehoord van deze activiteiten (mogelijk via
O.S.S.
-hoofd
James Angleton
) en daarover hebben geklaagd bij zijn superieuren. Gowen kreeg te horen dat hij de immuniteit van kerkgebouwen schond.
De advocaten van de Vaticaanse Bank stelden dat er niets gebeurd is wat strijdig is met het internationale recht. De zaak loopt nog steeds.
Laatste maanden en dood
bewerken
brontekst bewerken
Begrafenis van paus Paulus VI in de
Sint-Pietersbasiliek
in augustus 1978
Op 16 maart 1978 werd Paulus' vriend - en oud-premier van Italië -
Aldo Moro
door de
Rode Brigades
gegijzeld. Op 20 april van dat jaar ontving de paus een bericht van Moro zelf, die de paus vroeg hem te helpen aan de eisen van de brigades tegemoet te komen. Die schreef daarop een open brief aan hen:
Ik heb geen
mandaat
om met jullie te spreken, en ben niet gebonden door welke persoonlijke belangen dan ook. Maar ik hou van hem als een lid van de menselijke familie, en als een vriend uit mijn studententijd en - op een heel bijzondere wijze - als broeder in het geloof en als zoon van de Kerk van Christus. Ik doe een beroep op jullie, dat jullie zeker niet zullen negeren; op mijn knieën smeek ik jullie om Aldo Moro vrij te laten, zo maar, zonder voorwaarden. Niet vanwege mijn bescheiden en echt gemeende interventie, maar omdat hij met jullie de gemeenschappelijke broederlijke waardigheid deelt van de menselijkheid. Mannen van de Rode Brigade, geef mij - als de stem van zovelen van onze landgenoten - de hoop dat in jullie harten gevoelens van menselijkheid zullen zegevieren. In gebed, en altijd van jullie houdend, ben ik afwachting van het bewijs daarvoor, Paulus PP VI.
12
De brief van Paulus ontmoette kritiek van vele Italianen, die de toonzetting ervan te mild vonden ten opzichte van de Brigades. Toen Moro uiteindelijk vermoord was teruggevonden in de achterbak van een auto, was Paulus gebroken. Hij ging voor in de
requiemmis
die voor Moro in de
Sint-Jan van Lateranen
werd gehouden. Hij hield er een gedenkwaardige preek, waarin hij, haast als in een gesprek met God, onder andere het volgende zei:
En nu willen onze lippen, die gesloten zijn als door een enorm obstakel, vergelijkbaar met de grote steen voor de ingang van het graf van Christus, zich openen om het
De Profundis
uit te spreken, te schreeuwen, te huilen: de onuitsprekelijke pijn waarmee deze tragedie onze stem verstikt. Mijn God, Luister naar Ons, en wie zou er beter kunnen luisteren naar Onze klacht dan U, O, God van het leven en van de dood? U heeft niet geantwoord op onze smeekbede om de veiligheid van Aldo Moro, van deze goede, milde, wijze en onschuldige man, en vriend.
13
Het zou een van de laatste publieke optredens zijn van deze paus, die op het moment van het requiem voor Aldo Moro al ernstig ziek was. Paulus VI overleed aan de gevolgen van een
hartaanval
, die hij kreeg tijdens de Mis ter gelegenheid van de feestdag van de
Transfiguratie van Onze Heer
, in de kapel van het pauselijk buitenverblijf in Castel Gandolfo, minder dan twee maanden voor zijn 81e verjaardag. Hij werd bijgezet in de grafkelder van de Sint Pieter in Rome waar diverse pausen hun laatste rustplaats hebben gevonden.
Eerbiedwaardig verklaard
bewerken
brontekst bewerken
Op 20 december 2012 werd Paulus VI door
paus Benedictus XVI
eerbiedwaardig
verklaard,
14
een eerste stap op de weg naar een
zaligverklaring
Zaligverklaring
bewerken
brontekst bewerken
Eind 2013 erkende de
Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen
een
wonder
dat werd toegeschreven aan Paulus VI. Begin
jaren 1990
werden bij een nog ongeboren baby in de
Verenigde Staten
afwijkingen vastgesteld die tot ernstige
handicaps
zouden leiden. De artsen raadden de moeder dan ook
abortus
aan. Zij wilde dit echter niet, en bad tot Paulus VI. Na de geboorte vertoonde de baby als bij wonder geen enkele afwijking.
15
De erkenning van dit wonder bracht Paulus' zaligverklaring dichterbij. Op 6 mei 2014 erkende bovengenoemde congregatie van de Rooms-Katholieke Kerk het wonder dat nodig is om paus Paulus VI zalig te kunnen verklaren.
16
Op 19 oktober van dat jaar - aan het einde van de
Bisschoppensynode
- werd paus Paulus VI door een van zijn opvolgers,
paus Franciscus
, zalig verklaard.
17
Heiligverklaring
bewerken
brontekst bewerken
Bijna dag op dag vier jaar later, op 14 oktober 2018, werd hij door dezelfde paus
heilig verklaard
18
Normaliter zou zijn gedachtenis op 6 augustus zijn. Maar de Kerk viert daar reeds de
Gedaanteverandering van de Heer
. Daarom heeft de Congregatie voor de Eredienst en de discipline der sacramenten beslist om zijn gedachtenis te plaatsen op 29 mei, de dag van zijn priesterwijding.
Werken
bewerken
brontekst bewerken
Lettere a un giovane amico. Carteggio di G.B. Montini con Andrea Trebeschi, 1914–1923
, uitgegeven door C. Trebeschi (1978)
Discorsi dell'arcivescovo di Milano
(5 delen, 1961–1965)
Insegnamenti di Paolo VI
(15 delen, 1963–1978)
Literatuur
bewerken
brontekst bewerken
Helmut Lück:
Papst Paul VI. Kirch im Dialog mit der Welt, Reihe Christ in der Welt, Heft 50
, Union Verlag VOB, Oost-Berlijn 1981
Zie ook
bewerken
brontekst bewerken
Brief van paus Paulus VI aan de Rode Brigades
Lijst van encyclieken van paus Paulus VI
Lijst van kardinalen gecreëerd door paus Paulus VI
Tiara van paus Paulus VI
Wapen van paus Paulus VI
Externe link
bewerken
brontekst bewerken
en
Paus Paulus VI
op catholic-hierarchy.org
Bronnen, noten en/of referenties
Peter Hebblethwaite,
Paul VI: The First Modern Pope
. Paulist Press, 1993.
ISBN 0-8091-0461-X
, p. 260-262
Eerste Radioboodschap
Urbi et Orbi
Salvete. Openingstoespraak Tweede Zitting Vaticanum II, Deel 3, De Doelstellingen van het concilie
Een bede om vergiffenis
Ecclesiam suam
, Over de Kerk
Mysterium fidei
, Over de leer en de verering van de Heilige Eucharistie
Populorum progressio
, Over de ontwikkeling van de volken
Sacerdotalis caelibatus
, Over het priestercelibaat
Humanae Vitae
, Over het menselijk leven en geboorteregelingen
Tied up in the Rat Lines
, www.haaretz.com
en
www.vaticanbankclaims.com
, website van de advocaten van de slachtoffers
Peter Hebblethwaite,
Paul VI: The First Modern Pope
. Paulist Press. 1993.
ISBN 0-8091-0461-X
, p. 700-701
Dit gedeelte van de preek van Paulus is te zien op
Italiaans, met Engelse ondertitels
Paus Paulus op weg naar zaligheid
AD
, 20 december 2012
Wonder op voorspraak van Paulus VI
Paus Paulus VI wordt zalig verklaard
Paulus VI zalig verklaard door Franciscus
deredactie.be
, 19 oktober 2014
Zeven zaligen gecanoniseerd
KRO
, 14 oktober 2018
Bibliografische informatie
Bibsys
90717845
Biblioteca Nacional de Chile
000043635
Biblioteca Nacional de España
XX1645263
Bibliothèque nationale de France
cb11918828k
(data)
Catàleg d'autoritats de noms i títols de Catalunya
981058520026106706
CiNii
DA03792153
Gemeinsame Normdatei
118592076
International Standard Name Identifier
0000 0004 4716 028X
Library of Congress Control Number
n79054084
Nationale Bibliotheek van Letland
000227535
MusicBrainz
1eb72151-ce21-4950-ba6e-c39c2c1cb235
National Archives and Records Administration
10580592
Bibliotheek van het Japanse parlement
00452317
Nationale Bibliotheek van Tsjechië
jn20000701384
Nationale bibliotheek van Australië
36176057
Nationale Bibliotheek van Israël
987007266335905171
Nationale Bibliotheek van Polen
a0000001180850
Nationale en Universitaire bibliotheek Zagreb
000100916
Nederlandse Thesaurus van Auteursnamen
069623104
Istituto Centrale per il Catalogo Unico
CFIV003027
LIBRIS
82865
SNAC
w6tt5f35
Système universitaire de documentation
027060969
Trove
1224383
Union List of Artist Names
500323773
Virtual International Authority File
262369759
WorldCat
E39PBJqqwx7Y9MmbdFrfvKH3cP
Pausen
van de
Rooms-Katholieke Kerk
1e-2e
eeuw:
Petrus
Linus
Anacletus I
Clemens I
Evaristus
Alexander I
Sixtus I
Telesforus
Hyginus
Pius I
Anicetus
Soter
Eleuterus
Victor I
Zefyrinus
3e-4e
eeuw:
Hippolytus
Calixtus I
Urbanus I
Pontianus
Anterus
Fabianus
Novatianus
Cornelius
Lucius I
Stefanus I
Sixtus II
Dionysius
Felix I
Eutychianus
Cajus
Marcellinus
Marcellus I
Eusebius
Miltiades
Silvester I
Marcus
Julius I
Liberius
Felix II
Damasus I
Ursinus
Siricius
Anastasius I
5e-6e
eeuw:
Innocentius I
Zosimus
Bonifatius I
Eulalius
Celestinus I
Sixtus III
Leo I
Hilarius
Simplicius
Felix II (III)
Gelasius I
Anastasius II
Symmachus
Laurentius
Hormisdas
Johannes I
Felix III (IV)
Dioscurus
Bonifatius II
Johannes II
Agapitus I
Silverius
Vigilius
Pelagius I
Johannes III
Benedictus I
Pelagius II
Gregorius I
7e-8e
eeuw:
Sabinianus
Bonifatius III
Bonifatius IV
Adeodatus I
Bonifatius V
Honorius I
Severinus
Johannes IV
Theodorus I
Martinus I
Eugenius I
Vitalianus
Adeodatus II
Donus
Agatho
Leo II
Benedictus II
Johannes V
Conon
Theodorus II
Paschalis I
Sergius I
Johannes VI
Johannes VII
Sisinnius
Constantijn I
Gregorius II
Gregorius III
Zacharias
Stefanus (II)
Stefanus II (III)
Paulus I
Constantijn II
Filippus
Stefanus III (IV)
Adrianus I
Leo III
9e-10e
eeuw:
Stefanus IV (V)
Paschalis I
Eugenius II
Valentinus
Gregorius IV
Sergius II
Johannes VIII
Leo IV
Anastasius III
Benedictus III
Nicolaas I
Adrianus II
Johannes VIII
Marinus I
Adrianus III
Stefanus V (VI)
Formosus
Bonifatius VI
Stefanus VI (VII)
Romanus
Theodorus II
Johannes IX
Sergius III
Benedictus IV
Leo V
Christoforus
Sergius III
Anastasius III
Lando
Johannes X
Leo VI
Stefanus VII (VIII)
Johannes XI
Leo VII
Stefanus VIII (IX)
Marinus II
Agapitus II
Johannes XII
Leo VIII
Benedictus V
Johannes XIII
Benedictus VI
Bonifatius VII
Benedictus VII
Johannes XIV
Bonifatius VII
Johannes XV
Gregorius V
Johannes XVI
Silvester II
11e-12e
eeuw:
Johannes XVII
Johannes XVIII
Sergius IV
Benedictus VIII
Gregorius VI
Johannes XIX
Benedictus IX
Silvester III
Benedictus IX
Gregorius VI
Clemens II
Benedictus IX
Damasus II
Leo IX
Victor II
Stefanus IX (X)
Nicolaas II
Benedictus X
Alexander II
Honorius II
Gregorius VII
Clemens III
Victor III
Urbanus II
Paschalis II
Theodorik
Albert
Silvester IV
Gelasius II
Gregorius VIII
Calixtus II
Honorius II
Celestinus II
Innocentius II
Anacletus II
Victor IV (Gregorius)
Celestinus II
Lucius II
Eugenius III
Anastasius IV
Adrianus IV
Alexander III
Victor IV (Octavianus)
Paschalis III
Calixtus III
Innocentius III
Lucius III
Urbanus III
Gregorius VIII
Clemens III
Celestinus III
Innocentius III
13e-14e
eeuw:
Honorius III
Gregorius IX
Celestinus IV
Innocentius IV
Alexander IV
Urbanus IV
Clemens IV
Gregorius X
Innocentius V
Adrianus V
Johannes XXI
Nicolaas III
Martinus IV
Honorius IV
Nicolaas IV
Celestinus V
Bonifatius VIII
Benedictus XI
Clemens V
Johannes XXII
Nicolaas V
Benedictus XII
Clemens VI
Innocentius VI
Urbanus V
Gregorius XI
Urbanus VI
Clemens VII
Bonifatius IX
Benedictus XIII
15e-16e
eeuw:
Innocentius VII
Gregorius XII
Alexander V
Johannes XXIII
Martinus V
Clemens VIII
Benedictus XIV
Eugenius IV
Felix V
Nicolaas V
Calixtus III
Pius II
Paulus II
Sixtus IV
Innocentius VIII
Alexander VI
Pius III
Julius II
Leo X
Adrianus VI
Clemens VII
Paulus III
Julius III
Marcellus II
Paulus IV
Pius IV
Pius V
Gregorius XIII
Sixtus V
Urbanus VII
Gregorius XIV
Innocentius IX
Clemens VIII
17e-18e
eeuw:
Leo XI
Paulus V
Gregorius XV
Urbanus VIII
Innocentius X
Alexander VII
Clemens IX
Clemens X
Innocentius XI
Alexander VIII
Innocentius XII
Clemens XI
Innocentius XIII
Benedictus XIII
Clemens XII
Benedictus XIV
Clemens XIII
Clemens XIV
Pius VI
Pius VII
19e-20e
eeuw:
Leo XII
Pius VIII
Gregorius XVI
Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus I
Johannes Paulus II
21e eeuw:
Benedictus XVI
Franciscus
Leo XIV
Cursief
tegenpaus
Mediabestanden
Commons
heeft media
bestanden in de categorie
Paulus VI
Overgenomen van "
Categorieën
Aartsbisschop van Milaan
Italiaans heilige of zalige
Italiaans hoogleraar
Italiaans kardinaal
Italiaans theoloog
Paus
20e-eeuws bisschop
Paus Paulus VI
Onderwerp toevoegen